Werken aan een norm voor energiegemeenschappen
Bron: Pont mag 2023-3 door Tammo Hoeksema,COMMUNICATIEADVISEUR ENERGIE SAMEN
Energiegemeenschappen zijn opgenomen als speler op de energiemarkt in het recente wetsvoorstel Energiewet. Dat is goed nieuws voor burgerinitiatieven in de energietransitie, maar het is pas een startpunt om een volwaardige rol te kunnen spelen in de energiemarkt. Volgens Energie Samen, de brancheorganisatie van energiecoöperaties, is er een normering nodig om duidelijk te maken wat een energiegemeenschap is en wat daar niet onder valt.
Energie Samen vindt het belangrijk dat duidelijk is dat energiecoöperaties onder de noemer energiegemeenschappen vallen. Siward Zomer, coöperatief directeur van Energie Samen: ‘Dat is zowel zinvol voor onszelf als voor onze samenwerkingspartners. We kijken daarom naar de mogelijkheid van een norm met bijbehorende certificering voor het borgen van de kwaliteit en governance van energiegemeenschappen.’
‘De wet is de basis, en daar staat het begrip ‘energiegemeenschap’ nu in. De overheid reguleert activiteiten in de energiemarkt. Daar bestaat allerlei wet-en regelgeving voor, maar daar staan energiegemeenschappen nog niet in. Dat is lastig.
Als de overheid bijvoorbeeld ons concept “slim energiedelen”, ofwel local4local, wil stimuleren, kan dat nu alleen via wetgeving voor energieleveranciers, en dat zijn de meeste energiecoöperaties niet. Iets soortgelijks geldt voor andere marktregels, voor subsidieregels en voor bijvoorbeeld staatssteunregels. We willen dat energiegemeenschappen een rol in al deze regels krijgen. Dan is het belangrijk dat duidelijker wordt wat we precies onder energiegemeenschappen verstaan.’
Rechten en plichten van energiegemeenschappen kan de overheid in principe ook vastleggen in nieuwe wetgeving.
Waarom doen we dat niet gewoon?
Zomer: ‘Dat is weinig flexibel. We zijn daar geen voorstander van. Ik zie vier verschillende lagen van regulering of zelfregulering voor me.
De eerste laag bestaat uit de wetgeving,
de tweede laag is normering. Certificering, dus voldoen aan de norm, is dan een eis in de wetgeving om als de speler ‘energiegemeenschap’ op de energiemarkt te mogen opereren.
De derde laag bestaat uit gedragscodes.
Die zijn in principe vrijwillig, maar een samenwerkingspartner kan wel eisen dat een energiegemeenschap de gedrags code hanteert.
Als vierde en laatste laag heb je dan nog interne regulering. Dat kan op organisatieniveau, bijvoorbeeld “binnen deze organisatie doen we het op deze manier”, maar ook voor al onze leden, je kunt je eigen functioneren vergelijken met die van andere leden en daarna kijken wat er beter kan.
Al deze vier lagen heb je nodig, en vloeien in zekere zin in elkaar over. Gedragscodes kan je in een norm opnemen. Een norm kan je in de wet opnemen. Maar volgens mij draagt normering het meeste bij aan versterking van de energiecoöperatie-sector.
Bovendien zal duidelijkheid over energiegemeenschappen ook meer duidelijkheid geven over het streven in het Klimaatakkoord naar 50 procent “lokaal eigendom”. Alle partijen weten beter waar ze aan toe zijn als je dat interpreteert als “50 procent eigendom van lokale energiegemeenschappen”.’
WAT ZEGT DE CONCEPT-ENERGIEWET OVER ENERGIEGEMEENSCHAPPEN?
In het conceptwetsvoorstel staat als definitie voor energiegemeenschap: rechtspersoon die ten behoeve van haar leden of aandeelhouders activiteiten op de energiemarkt verricht en als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is, en niet het maken van winst, (versie 9 juni 2023, artikel 1.1 begripsbepalingen).
Het wetsvoorstel houdt de mogelijkheid open dat er aanvullende regels over zeggenschap worden geformuleerd in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB).
Deze definitie van het ministerie van EZK is de uitwerking van (twee) Europese definities uit het Clean Energy Package (CEP).

WAAROM EEN NORM VOOR ENERGIEGEMEENSCHAPPEN?
Om de behoefte aan een norm/certificering te peilen hebben we gesprekken gevoerd met negen stakeholders, van overheid tot innovatiepartner, van energiecoöperatie tot coöperatieve bank (in opdracht van TKI Urban Energy samen met norminstituut NEN). De geïnterviewden zagen zeker toegevoegde waarde voor een norm voor energiegemeenschappen.
Hierbij ging het om:
■ geldstromen (eis bij subsidies en leningen van bank of burgers),
■ kwaliteit van werken (inclusief vergroten van draagvlak, het borgen van zeggenschap en als basis voor leden om het bestuur aan te spreken),
■ standaardisering (en daardoor verminderen van risico’s)
■ de energiemarkt als geheel (zoals toetreding van nieuwe spelers, gelijk speelveld).
Zomer: ‘Niemand vond het een slecht idee. De behoefte bleek zelfs sterker dan verwacht. Dat merkten we ook al bij andere stakeholders, zoals marktwaakhond ACM en Tweede Kamerleden.
Men vond het ook belangrijk om niet te wachten, anders ontstaat er wildgroei van energiegemeenschappen, waarin iedereen wat anders doet en misbruik van wet- en regelgeving op de loer ligt.’
HOE WERKT NORMERING OF CERTIFICERING?
Normen worden opgesteld door deskundigen en belanghebbenden in zogenaamde normcommissies. Het normproces is open voor alle belanghebbenden.
Een norm bevat eisen met betrekking tot producten en diensten, processen, systemen en personen. Een norm kost geld.
Allereerst om de norm op te stellen. Dat geld wordt bij elkaar gebracht door de partijen in de normcommissie. De norm wordt vastgesteld in een aantal rondes.
Iedereen kan reageren op het concept. De normcommissie stelt de norm vast. De norm wordt elke vijf jaar tegen het licht gehouden (of eerder, naar behoefte). Het hele proces wordt begeleid door NEN.
Energiecoöperaties vragen certificering aan en betalen daarvoor. Zomer: ‘Dat kunnen ze bij commerciële certificeringsbedrijven aanvragen, maar we willen kijken of we dat coöperatief kunnen oppakken. Dan kunnen we het geld én de kennis binnen de sector houden. Want van het toetsen kan je weer veel leren.’
HOE GAAN WE VERDER?
Zomer: ‘Op 15 juni hebben we een goed bezochte bijeenkomst hierover georganiseerd. We hebben daarna alle belanghebbenden gevraagd of ze in de normcommissie willen meedenken en willen meebetalen. Eind september willen we de financiering rond hebben.
Vervolgens moeten we afspraken over de organisatie maken. Dan verwachten we in 2024 te starten met het opstellen van een norm. Over het concept gaan we vervolgens onze leden (energiecoöperaties, red.) consulteren.’ ■