BRON: Pont,vakblad energie en duurzaamheid , 2023 Klimaatneutraal met goedkope wind en zon
DOOR: TITIA VAN LEEUWEN
Op 1 december 2023 zag het Nationaal Plan Energiesysteem 2050 (NPE) het licht. Minister Jetten had anderhalf jaar eerder het Expertteam Energiesysteem 2050 ingesteld: een gevarieerd gezelschap van deskundigen dat gezamenlijk dat nieuwe energiesysteem moest bedenken en vormgeven, als ook de weg naar 2050 toe. PONT, zocht voorzitter Bernard ter Haar op.
In april 2023 kwam het rapport van het Expertteam Energiesysteem 2050 uit. Een spannend verhaal, want het moet gaan om een ‘totaal klimaatneutraal energiesysteem’, zowel voor elektriciteit als voor warmte. Hoe het er dan in 2050 uitziet? Volgens het Expertteam wordt het eindbeeld van het energiesysteem in Nederland zo ongeveer: 70% elektriciteit, 10-15% waterstof en 10-15% warmte. Het Expertteam heeft daarbij gepoogd om een breed maatschappelijk verhaal met een positieve boodschap neer te zetten. Zoals het Expertteam het zelf graag formuleert: ze maakten een nieuw gebouw, met een lastige verbouwingsperiode, maar met een wenkend perspectief van het eindresultaat dato 2050.
In het nu verschenen NPE (Nationaal Plan Energiesysteem 2050) is het perspectief van het Expertteam echter niet zo helder terug te vinden. Het NPE pakt over de hele linie wat traditioneler uit dan het Expertteam had gehoopt.
Ter Haar: ‘Een van de gemiste kansen is dat de problematiek niet integraal is aangepakt. Men heeft duidelijk nog steeds moeite om de bestaande verkokering te doorbreken, en dat is nu juist broodnodig. Verder klaagt iedereen dat de vergunningen zo lang duren - daar moet nu echt wat aan gaan gebeuren, er zijn nu te weinig medewerkers. Klagen helpt niet, doe er wat aan, stop er geld in als dat het probleem is.
Een ander duidelijk punt is dat het landelijk stroomnet nu snel uitgebreid moet worden, zowel aan vraagkant als aan de aanbodkant. De energietransitie wordt door de krapte en congestie sterk vertraagd. Dat wordt in het NPE wel onderkend, maar hier had men tien jaar geleden al aan moeten beginnen. In komende twee decennia blijft die krapte. Daar kunnen de lokale partijen overigens wat aan doen, door met lokale energiesystemen het stroomnet te ontlasten. Daar zal het NPE bij de uitvoering ook heel sterk op moeten gaan inzetten: de mogelijkheden voor lokale partijen om lokale systemen te organiseren. Zowel voor de elektriciteit als voor de warmte kan dat sterk helpen. Dat zie je ook op bedrijventerreinen met energiehubs en in woonwijken. Er is lokaal veel mogelijk met eigen energiesystemen die het landelijke energienet niet belasten, de energiecoöperaties zijn de afgelopen tijd als paddenstoelen uit de grond geschoten en zijn hier hard mee bezig. Daar moet het NPE dus goed op in gaan spelen: de afstemming op en samenwerking met lokaal.’
INDUSTRIEPOLITIEK NODIG?
Wordt het zoetjesaan geen tijd voor industriepolitiek? Deze vraag bleek een lastige discussie in het Expertteam te veroorzaken. Het hoofdstuk over de industrie heette eerst ‘de toekomst van de industrie’, maar is later ‘de koolstofketen’ gaan heten, omdat de koolstofketen volgens het Expertteam is waar het om moet gaan.
Ter Haar: ‘Je ziet een aantal dingen: je ziet dat het aanbod voor de industrie begrensd is, je ziet dat Nederland het voordeel van goedkoop aardgas aan het missen is, je ziet wind en zon steeds goedkoper worden. Kijk je over de grenzen, dan zie je in andere landen nog veel goedkopere zon, veel ruimte, en bovendien geen stikstofprobleem. Het helpt sterk als je minder energie gebruikt.
Je mag ook verwachten dat bedrijven zelf gaan denken over locatiekeuzes. En we zien trouwens dat de 14 grootste energiegebruikende bedrijven in Nederland allemaal hun hoofdvestiging in het buitenland hebben. Dus, hebben we ontdekt, dat de locatiekeuze sowieso steeds in het buitenland gemaakt zal worden, niet hier in Nederland. Het is daarom verstandig om hier in Nederland een vorm van industriepolitiek te hebben. Om met de bedrijven te bespreken hoe zij erover denken, en wat de Nederlandse overheid voor ze kan betekenen. Als Expertteam hebben we daarop zwaar zitten broeden. We laten in ons rapport daarvoor twee scenario’s zien: een met nog wat groei in energiegebruik en een met een aanmerkelijke reductie. Zie bijvoorbeeld de productie van bunker- brandstoffen voor zeescheepvaart, de positie die Rotterdam daarin heeft zal moeilijk vol te houden zijn. We leerden namelijk dat een olietanker heen en weer kan naar China op één tank. Bij elke alternatieve bron gaat dat gewoon niet lukken, laat die productie dan aan anderen. Dat scheelt enorm voor onze energiebehoefte.
Kijk ook naar het maken van kunstmest: de helft van het werk is het maken van ammoniak. Dat is juist makkelijk elders door anderen te maken. Dat moet je dan gaan importeren en niet zelf willen doen. Zo zie je dingen gebeuren die logisch zijn en waarbij de industrie minder energie nodig heeft. Wat we bijvoorbeeld wel in Nederland goed zelf kunnen doen is de productie van plastics, een minder energievergende activiteit.
De industrie blijft lobbyen voor maximale energie, al zagen wij als Expertteam dat de vraag heel goed minder kan zijn. De overheid moet daarop regie nemen en zorgen dat we wel een stuk maakindustrie houden die energiearm is. Dat is de uitdaging en tegelijk een heel ingewikkeld spel.’
VAN DEUR NAAR DEUR DE WIJKEN IN
De aanpak van energie in de woningen is ook een verhaal van veel mogelijkheden voor een afnemende energievraag. Dat vergt wel een heel intensieve aanpak in de wijken, je moet daarvoor van deur tot deur. Daar zijn gemeenten al vaker voor gewaarschuwd, dat vergt erg veel arbeidsinzet. ‘Zeker ook voor aanpak van warmte en met name ook de koeling in de nu steeds warmer wordende zomers’, stelt Ter Haar. ‘Voor warmte zijn de collectieve systemen feitelijk het meest efficiënt, en het werken met lage temperaturen.
Dan kan je makkelijker opwek en gebruik combineren én afstemmen in het hele energiesysteem. Met elektriciteit moet je bij lokaal wel je verbinding houden met het landelijk net.
Voor warmte is, vanuit de gedachte dat warmte per definitie lokaal is, een paar jaar geleden besloten de sturing ervan bij de gemeenten te leggen. Het nadeel daarvan is dat er bij gemeenten nauwelijks kennis is van warmte. Daarbij komt dat er veel verschillende technieken zijn die weer voor verschillende situaties geschikt zijn. Er is dus erg veel kennis nodig die gemeenten niet zonder meer in huis hebben. Bij de regionale energiestrategieën zag je dat de meeste gemeenten daarom de aanpak van warmte ver voor zich uitschoven. Er begint zich nu wel wat te ontwikkelen, zoals kennisinformatiewebsites.
Bij warmte is er ook nog geen adequate wetgeving. Je merkt dat ook bij de financiële organisaties, die weten niet hoe ze dit aan moeten pakken. Daarmee dreigt de collectieve warmtevoorziening ook echt te laat te komen, dan gaan mensen toch maar een eigen warmtepomp aanschaffen.’
WATERSTOFHYPE
Wat moeten we met waterstof in Nederland? In bedrijfsprocessen heb je (moleculen) waterstof nodig. Moleculen zijn straks duurder dan elektronen, maar het maken van waterstof gaat vooral gepaard met veel energieverlies door de duurzame opwek met elektronen.
Ter Haar: ‘Je moet waterstof alleen inzetten waar je het echt nodig hebt, bijvoorbeeld in de duurzame industrie. In de elektriciteitssector juist niet en in de gebouwde omgeving zeker ook niet. Kijk uit met waterstof zonder meer overal in te zetten als vervanger voor aardgas. Want waterstof is een stevig broeikasgas. Het zijn heel kleine moleculen en daarom treedt er veel lekkage bij op. Je moet dus lekken dichten. Je moet waterstof daarom ook niet over lange afstanden transporteren. Dan moet je het omzetten in methanol of ammoniak. Maar ammoniak is ook weer een probleem en methanol heeft het nadeel dat er een C in zit - die moet je dan weer kwijt zien te raken.
Voor de langetermijnopslag zou waterstof op zich wel nuttig kunnen zijn. Voor het hele energiesysteem heb je namelijk opslag nodig, dat kan met de slimme batterijen, maar dat is nog steeds voor korte duur. Met water is dan nog wel veel te doen, zie het oude plan Lievense. Maar waterstof is voor opslag dus wel erg handig.’
KERNENERGIEHYPE
De kernenergie-adepten denken dat met kernenergie het probleem is opgelost. Argument is vaak dat het nieuwe energiesysteem robuust moet zijn en dat kerncentrales geen extra CO2 uitstoten.
Dus je moet kijken of kernenergie in het totale energiesysteem een nuttige functie kan bieden. Het Expertteam constateert echter dat kernenergie erg duur is, zeker in vergelijking met het steeds goedkoper worden van wind en zon.
Ter Haar: Tn de afgelopen 15 jaar is bijvoorbeeld zon tien keer goedkoper geworden, waardoor het nu met een factor 4 onder de kosten van kernenergie ligt - dat is best veel.
Daar komt bij dat we het elektriciteitsdeel van het energiesysteem in 2035 CO2-neutraal willen hebben, tegen die tijd hebben we echt nog geen nieuwe kerncentrales, dat is wensdenken. Denk bijvoorbeeld alleen al aan hoelang de bouw van een relatief eenvoudig transformatorstation van hoogspanning naar middenspanning duurt, dat is zes tot jaar. Kijk naar de langdurige bouwervaringen van kerncentrales in het buitenland. Kernenergie is er gewoon nog niet als we met het nieuwe energiesysteem moeten gaan draaien. Als je dan op een gegeven moment wel die kerncentrale zou willen inzetten, dan wordt dat een ingewikkelde inpassing.

Expertteam energiesysteem 2050
WIND & ZON - NR. 2 2023
Waar de meeste energieadviezen beginnen met een technische stand van zaken, begint het Expertteam Energiesysteem 2050 juist met een gewenst beeld van 2050, waarvandaan ze terug redeneren. Een klimaatneutraal Nederland kan, als we de burger en rechtvaardigheid vooropstellen, stellen ze in hun rapport 'Energie door Perspectief: Rechtvaardig, Robuust en Duurzaam naar 2050’. De experts benaderen het toekomstig systeem zowel technisch als maatschappelijk. Een klimaatneutraal energiesysteem in 2050 kan volgens het team, maar dan moet wel iedereen mee kunnen doen en moet rechtvaardigheid voorop staan.
In 2050 ziet Nederland er volgens de experts anders en beter uit dan nu want energie komt niet meer uit fossiele brandstoffen. Het expertteam focust het verhaal op drie belangrijke onderdelen van het energiesysteem: elektriciteit, koolstof en lokale energiesystemen. In hun analyse concluderen de experts ten eerste dat elektriciteit de hoofdcomponent (>70%) van het Nederlands energiegebruik zal worden. Water stof heeft in hun ogen een beperkte rol in het energiesysteem van 2050 (minimaal 10-15%), maar is vooral voor de industrie wel onmisbaar. Warmte en biomassa zullen ook voor zo’n 10-15% bijdragen. Voor kernenergie ziet het team feitelijk geen rol.
Het expertteam heeft zelf ook burgers betrokken in de vorm van een inwoners - beraad Energiesysteem 2050. Deze via loting bijeen gebrachte, representatieve groep burgers heeft navier bijeenkomsten aan het team een advies uitgebracht over de voorwaarden die zij willen stellen aan het nieuwe energiesysteem van 2050. De deelnemers hebben door de bril van vier waarden naar ver schillende energieopties gekeken.
Ze bespraken wat ze belangrijk vinden als het gaat over een toe komstig energiesysteem in Neder land en met name waarom ze dat belangrijk vinden.
Integrale Infrastructuur- verkenning 2030-2050: meer infrastructuur voor energie
Het rapport van Tennet onderscheidt zich van de andere door een vooral technische oriëntatie.
Overeenkomsten zijn er ook, zoals de nadruk op een sterke regie van
-aanbod op tijdschalen van uren, seizoenen en over de jaren op elkaar moeten worden afgestemd, is er voor alle energiedragers een grote behoefte aan (nieuwe vormen van) flexibiliteitsmiddelen en opslag om de
het grote tekort aan (technisch) personeel en de bestaande doorlooptijden voor uitbreidingen als gevolg van trage besluit- de overheid. Enkele conclusies van het impact op de elektriciteitsinfrastructuur vormingsprocedures. Over draagvlak, rapport: er zijn zeer forse uitbreidingen en aanpassingen van energie-infrastructuren nodig om een betrouwbare klimaat-
te beperken. Er is een grote versnelling noodzakelijk is ten opzichte van het huidige tempo van uitbreidingen van het
participatie en rechtvaardigheid, waar in de andere rapporten nadrukkelijk op wordt gewezen, heeft TenneT het niet.
neutrale energievoorziening te kunnen faciliteren. Omdat energievraag en
stroomnet. Belangrijke maatschappelijke factoren die het rapport hierbij noemt zijn