Met 23 miljoen euro kan batterijbelofte LeydenJar zijn eerste fabriek in Eindhoven neerzetten. Een signaal dat Nederland een sleutelpositie kan innemen in de Europese accu-industrie. ‘Wij kunnen een belangrijke toeleverancier worden.’
De Eindhovense fabriek van LeydenJar moet in 2027 de deuren openen. In het midden ceo Christian Rood. | Credits: LeydenJar Voor het einde van het jaar krijgt Christian Rood ‘m: de sleutel van Plant One. Dan kan hij binnenstappen in de eerste fabriek van zijn batterij-startup LeydenJar op Strijp-T in Eindhoven. Niet dat daar al veel te zien zal zijn.
‘Dan hebben we een mooie casco-fabriek met de randinfrastructuur’, zegt de ceo van LeydenJar. ‘Die moeten we dan verder zelf afmaken.’
LeydenJar, een spin-off van onderzoeksinstituut TNO, heeft alles in zich om een nieuwe Nederlandse techkampioen te worden. Het bedrijf ontwikkelt een nieuw soort anode, de minpool van een batterij. Het geheim is een koperfolie met een flinterdun laagje silicium. Daarmee kunnen batterijen tot wel twee keer zoveel energie opslaan als met de huidige technologie.
Nieuwe miljoenen voor batterijfabriek
De fabriek in Eindhoven opent pas in 2027 de deuren, toch is de eerste klant al gestrikt. Een Amerikaanse producent van consumentenelektronica die liever anoniem blijft, investeert alvast 10 miljoen euro, zo maakte LeydenJar vorige week bekend.
Dat was voor twee andere investeerders reden om ook ja te zeggen. Invest-NL, het Nederlandse overheidsfonds voor duurzame technologie, en het Duitse Extantia zeggen 13 miljoen euro toe. Rood is vooral blij met de climate tech-investeerder uit Berlijn. ‘Zij hebben veel ervaring met de fase waarin wij nu zitten. Onze technologie is bewezen, maar we moeten nog investeren.’
Met het kersverse kapitaal kan LeydenJar de fabriek productieklaar maken en de laatste aanpassingen doen aan de machines. Vier stuks komen er straks te staan in Eindhoven. Genoeg om de eerste commerciële productie te draaien en winstgevend te worden, zegt Rood.
Wat doet LeydenJar?
Het verhaal van LeydenJar begint met een mislukte zonnecel. Onderzoeker Wim Soppe van TNO probeerde meer dan tien jaar geleden flexibele zonnepanelen te maken. Dat lukte niet, maar bij toeval ontdekte hij iets veel interessanters.
Soppe liet siliciumgas als sneeuw neerdwarrelen op een dunne koperfolie. Het resultaat? Een sponsachtige laag silicium die perfect bleek voor batterijen. Waar gewone batterijen een anode van grafiet hebben – het spul uit potloodstiften – gebruikt LeydenJar dit speciale silicium.
De koperfolie met silicium die LeydenJar heeft ontwikkeld. CreditsL LeydenJar.
Het verschil is enorm. Silicium kan veel meer lithium-ionen opslaan dan grafiet, waardoor de batterij tot twee keer zoveel energie bevat. Het probleem was altijd dat silicium uitzet en krimpt tijdens het laden, waardoor batterijen kapotgaan. Maar door die poreuze, sponsachtige structuur heeft het silicium ruimte om te bewegen zonder schade.
Het resultaat: batterijen die kleiner, lichter en krachtiger zijn dan alles wat er nu bestaat.
Netcongestie speelt het bedrijf parten. Voor de huidige fabriek kon LeydenJar maar de helft krijgen van wat is aangevraagd aan stroom. Ook is elektriciteit in Nederland relatief duur. De volgende fabriek zou daarom weleens in het buitenland komen te staan.
‘Het is nooit onze ambitie geweest om hier een gigafactory neer te zetten’, zegt Rood. ‘Het gaat om het introduceren van ons product in de markt. Die eerste machines zijn eigenlijk de duplostenen voor onze expansie.’
Batterijproductie in Europa lastig
LeydenJar staat symbool voor hoe Nederland zich wil positioneren in de mondiale batterijrace. Niet als massaproducent van complete batterijen. Dat is haast een onmogelijke missie.
In andere Europese landen vallen de batterijmakers stuk voor stuk om. Kijk naar het faillissement van Northvolt. Ook Porsche stopte onlangs de eigen batterijproductie en de Duitse fabrikant Varta werd ternauwernood gered van de ondergang.
Lees ook: Dit is Dan Cook, de nieuwe eigenaar van Northvolt
‘We moeten vergeten dat wij op grote schaal batterijen kunnen produceren tegen lage kosten. Daarmee kunnen we niet op tegen de Chinezen’, meent Rood. ‘Dus dan moeten we kijken wat we dan wel kunnen doen.’
Nederland als toeleverancier
Wat de rol van Nederland kan zijn? Daar heeft Mustafa Amhaouch wel ideeën over. Hij is directeur van Battery Competence Cluster-NL, een organisatie die het batterijen-ecosysteem in Nederland aanjaagt.
Hij is minder somber over de Europese kansen en wijst op ACC, de batterijfabriek in het Noord-Franse Duinkerke, waar autobouwers Stellantis en Mercedes-Benz samen met energiereus Total Energies miljarden in hebben gestoken. In dezelfde stad bouwt het Franse Verkor aan een gigafactory die moet gaan leveren aan Renault.
De echte groei zit in Hongarije en Polen. Daar verrijzen nieuwe batterijfabrieken, maar die worden allemaal gebouwd door Aziatische bedrijven. Zuid-Koreaanse giganten zoals Samsung SDI en LG Chem hebben er al fabrieken staan, net als Chinese marktleiders CATL en BYD.
‘Daar kunnen wij toeleverancier van worden’, zegt Amhaouch. ‘De wereldwijde batterijsector groeit in 2030 naar meer dan 400 miljard dollar. Wij zouden gek zijn als wij niet een gedeelte van die taartpunt kunnen pakken.’
Ecosysteem van batterij-startups
Dan moet je wel wat in huis hebben. En dat heeft Nederland, aldus Amhaouch. Ons land heeft zich ontwikkeld tot een Europese hotspot voor batterijstartups. Naast LeydenJar sleutelen bijvoorbeeld E-magy, Powall, SparkNano en LionVolt aan de volgende generatie batterijtechnologie.
Lees ook: Zo bouwt Nederland aan eigen batterij-industrie: ‘Thuisaccu’s zijn maar klein bier’
Dat is geen toeval. Technische universiteiten zoals Delft, Eindhoven en Twente, en ook de Rijksuniversiteit Groningen en TNO, behoren tot de wereldtop qua materiaalkunde en chemie. Technieken uit de zonnepanelenindustrie worden toegepast op batterijen, nanotechnologie uit de chipwereld vindt nieuwe toepassingen in accu’s.
Daarnaast heeft Nederland decennialange ervaring met het produceren van complexe hightech-apparatuur, vooral in de halfgeleiderindustrie. Bedrijven zoals ASML hebben Nederlandse ingenieurs wereldleiders gemaakt in precisiemachines.
‘Als je geavanceerde chipmachines kan maken, dan kun je die kennis ook toepassen voor batterijmachines’, aldus Amhaouch, die zelf twintig jaar bij ASML heeft gewerkt. ‘Wij willen meedoen in de Champions League van de apparatenbouw.’
Eenvoudigere regelgeving voor startups
Nederland kan op de batterijmarkt dus een belangrijke positie innemen als toeleverancier van innovatieve componenten en geavanceerde productiemachines. Maar er zijn obstakels, ziet Amhaouch.
Voor Nederlandse bedrijven is snelheid cruciaal. ‘Als je een slim idee hebt, dan wil je eigenlijk als eerste op de markt komen. Je wil niet komen op het moment dat de kaarten al geschud zijn’, waarschuwt hij.
Dat vergt betere samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven, en minder regelgeving voor startups. ‘Van een goed idee in een laboratorium naar uitvoering, dat moet sneller. Nederland moet slim, snel en wendbaar zijn. Dan kunnen we ons onderscheiden ten opzichte van de grote industrielanden.’
Financiering voor opschalen deeptech
Kunnen andere scaleups het pad van LeydenJar volgen? Amhaouch noemt twee bedrijven die volgens hem in eenzelfde situatie zitten: LionVolt, dat 3D-lithium-metaalanodes maakt voor krachtigere, kleinere batterijen, en Powall, dat met nanocoatings de levensduur van batterijen kan verlengen.
Bottleneck is de financiering. Het ontwikkelen van geavanceerde technologie vergt forse investeringen. ‘Het klinkt cliché, maar er moet geld komen van Europese spelers om te kunnen schalen’, erkent Amhaouch. ‘Vaak is het zoeken naar de juiste combinatie van investeerders en klanten.’
LeydenJar heeft twee cruciale partners gestrikt: een Amerikaanse elektronicafabrikant die liever onbekend blijft, en een Chinese batterijproducent. Die laatste krijgt de lange rollen anodemateriaal geleverd en verwerkt ze tot kleine stukken die in de batterijen passen.
Voor Powall is dat het Koreaanse Daesung, waarmee het in juli van dit jaar een overeenkomst sloot. LionVolt kocht een fabriek in Schotland en produceert nu de eerste partijen accucellen, voornamelijk voor klanten in de luchtvaart, wearables, consumentenelektronica en drones.
Van oordopjes naar auto’s
Ceo Rood van LeydenJar ziet dat de markt voor batterijbedrijven op dit moment lastig is. Door de recente voorbeelden van Europese producenten die in de problemen zijn gekomen, en omdat het geopolitieke landschap aan het verschuiven is. ‘Daarom is het extra mooi dat het ons gelukt is.’
In totaal haalde LeydenJar tot nu toe ruim 86 miljoen euro op bij investeerders. Dat het bedrijf daarin slaagde, komt deels door een strategische keuze. Uiteindelijk wil LeydenJar zijn koperfolie met silicium leveren aan de auto-industrie, maar dat vergt nog veel meer onderzoekstijd en kapitaal.
‘Ze hebben gezien: daar krijgen we niemand in mee, ook de investeerders niet’, zegt Amhaouch. ‘Dus hebben ze een tussenstap genomen door te beginnen in de consumentenelektronica.’
De 500 laadcycli die LeydenJar nu haalt met zijn technologie, zijn goed genoeg voor oordopjes en smartwatches. ‘We moeten eerst zorgen dat we met dit product op de markt komen, daarmee ervaring opdoen en onze productietools inzetten’, zegt Rood. ‘Dan zou de volgende stap richting automotive kunnen zijn.’
De prestaties van de anode moeten dan wel nog een stuk verbeteren. Voor accu’s in elektrische auto’s zijn minimaal 3000 laadcycli nodig. De crux zit ‘m volgens Rood in het optimaliseren van het elektrolyt, zodat de batterij langer meegaat. ‘Dat vergt nog veel werk, maar die potentie is er zeker.’